Vuurwerkangst

Katten en hun angst voor vuurwerk

Heel wat huisdieren, en vooral honden en katten, zijn bang voor vuurwerk. De jaarwisseling is voor hen dan ook geen pretje. Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan. In de eerste plaats is het natuurlijk belangrijk dat uw huisdieren veilig zijn en niet door vuurwerk geraakt kunnen worden. Daarnaast is het bij een aantal diersoorten mogelijk om de angst te behandelen.

Waarom zijn dieren bang voor vuurwerk?
De angst voor harde geluiden is een natuurlijke angst die direct te maken heeft met overlevingsdrang. Vrijwel elk dier zal reageren bij het horen van een hard geluid. Het ene dier is hier gevoeliger voor dan het andere: bij honden zijn er bijvoorbeeld rassen die gevoeliger zijn voor geluiden dan andere. Door vervelende ervaringen of door herhaaldelijk schrikken kunnen dieren een echte fobie voor harde geluiden ontwikkelen. De angst en paniek die ze hierbij ervaren is vaak groot en zeker geen aanstellerij! Niet alleen harde knallen zijn voor dieren angstaanjagend, ook sissen, fluiten en andere hoge tonen kunnen voor hen gevaar betekenen.

Honden & katten
Medicatie rond oudejaarsavond is een mogelijkheid voor hond en kat, maar uiteindelijk is uw huisdier het gelukkigst als het u lukt hem zijn angst af te leren. Dit kan met behulp van training. Angst wegtrainen is niet eenvoudig en het kost tijd. Daarom is het belangrijk om op tijd te beginnen en de training zorgvuldig op te bouwen.

Training tegen vuurwerkangst
Training is de moeite waard! Bij honden en katten is het goed mogelijk om de dieren te trainen om niet of minder bang te zijn voor vuurwerk. Misschien lijkt het overdreven om voor vuurwerkangst een hele training te doorlopen. Het probleem is immers maar tijdelijk aanwezig. Het gevaar met een dergelijke angst voor harde geluiden is echter dat het dier zijn angst kan gaan generaliseren. Daarmee bedoelen we dat de hond of kat eerst alleen bang is voor de echte harde vuurwerkknallen, maar later ook voor steeds zachtere geluiden: voor de wat zachtere knalletjes, voor onweer in de verte, dichtslaande keukenkastjes, het sluiten van een autoportier buiten, een boek dat op tafel wordt gelegd, een balpen die in en uit wordt geklikt. Sommige dieren reageren uiteindelijk met paniek op alles wat maar een klein beetje geluid geeft. Andere dieren associëren de vuurwerkgeluiden met buiten en durven de deur niet meer uit, ook nadat het vuurwerk allang verdwenen is. Dit gaat niet vanzelf over maar wordt alleen maar erger.

Begin op tijd!
Het loont dan ook zeker de moeite om te proberen de angst weg te trainen. U moet daar op tijd mee beginnen. Vuurwerktraining bestaat er meestal uit dat vuurwerkgeluiden gecombineerd worden met iets leuks of iets lekkers. Daarbij wordt bijvoorbeeld een cd gebruikt met vuurwerkgeluid. Deze wordt in het begin heel zacht afgespeeld zodat het dier er niet van schrikt, terwijl u met het dier speelt of iets heel lekkers aanbiedt. Naarmate de training vordert, wordt het geluidsniveau opgevoerd, waarbij u altijd onder het niveau moet blijven waarbij uw dier angst gaat vertonen! Het duurt een aantal weken tot een aantal maanden voor het dier zover is dat hij ook van volle geluidssterkte niet meer opkijkt. Tijdens de training mag het dier bovendien niet worden blootgesteld aan knallen op een hoog geluidsniveau. Dit betekent dat u niet kunt trainen in periodes waarin u de kans loopt dat er echt vuurwerk wordt afgestoken. In december bent u dus al te laat om met training te beginnen! Beter is het om al in augustus te starten met de oefeningen.

Plan uw training zorgvuldig
Het is erg belangrijk dat de training goed wordt aangepakt, want als u overhaast te werk gaat of niet goed kunt inschatten wanneer uw hond of kat angst begint te vertonen, loopt u het gevaar dat de angst juist erger wordt. Het is dan ook verstandig om hulp in te roepen van een honden- of kattengedragstherapeut. Deze kan u precies uitleggen waar u op moet letten en hoe u de training langzaam kunt opvoeren. Bovendien is het nuttig om voor u begint het dier eerst te laten nakijken door uw dierenarts. Het is mogelijk dat lichamelijke problemen, bijvoorbeeld met de oren, het dier gevoeliger maken voor geluid. Bij ernstige angst kan een gedragstherapeut in overleg met uw dierenarts besluiten om naast de training medicatie in te zetten.

Een cd, werkt dat?
Het succes van een training met een cd is per individu verschillend. Dat komt mede doordat vuurwerk uit meer bestaat dan alleen geluiden: denk aan de lichteffecten en de kruitdamp. Bovendien hebben sommige dieren heel goed door dat het geluid uit de stereo lang niet zo eng is als wanneer het van buiten komt, uit allerlei richtingen tegelijk. Het kan dus noodzakelijk zijn om ook te oefenen met lichtflitsen, kruitgeur en op verschillende plaatsen, zowel binnen als buiten.

Vuurwerkcursus?
Er worden voor angstige honden ook vuurwerkcursussen georganiseerd. Het gevaar hiervan is echter dat het in een groep vrijwel ondoenlijk is om de training zo af te stemmen dat geen van de honden wordt blootgesteld aan voor hem te harde knallen. Bovendien zal de angst van de ene hond al heel snel overslaan op een andere hond. Ook is het voor een trainer vaak niet mogelijk om alle honden uit de groep zo goed in de gaten te houden dat direct kan worden ingegrepen als één van de honden angst begint te vertonen. Het komt dan ook voor dat honden juist banger worden na het volgen van zo’n groepscursus. Voor honden die al bang zijn voor vuurwerk is het dan ook niet aan te raden een training in groepsverband te volgen.

Voorkomen is beter dan genezen
Heeft uw pup of kitten nog geen ervaring met vuurwerk, dan is het van belang om hem er aan te wennen zodat hij het geluid normaal gaat vinden. Zo kunt u angst voorkomen. Ook in dit geval moet u op tijd beginnen zodat het dier helemaal aan harde geluiden gewend is voor het echte vuurwerk losbarst. Bovendien is het voor een jonge pup of kitten makkelijker om aan nieuwe dingen te wennen dan voor een al wat ouder dier.

Ook het wennen aan geluiden kan gedaan worden met behulp van een cd en eventueel ook met trekrotjes en dergelijke. Zet de cd zachtjes op zodat uw dier er niet op reageert en ga met het dier spelen. Zet dan de cd steeds iets harder maar nooit zo hard dat het dier ervan schrikt. U kunt het dier na afloop van het spel iets lekkers geven. Met trekrotjes begint u op grote afstand van het dier: laat iemand een heel eind verder een trekrotje laten knallen terwijl u met uw dier speelt. Als het dier zich er niks van aantrekt en vrolijk doorspeelt, kunt u volgende keer iets dichterbij gaan staan.

Individueel wennen
Ook voor het wennen aan vuurwerk zijn groepscursussen niet aan te raden. Angst werkt aanstekelijk: het is goed mogelijk dat uw nog onbevangen pupje door de reacties van een net iets sneller angstige medeleerling het idee krijgt dat die knallen blijkbaar tóch wel eng zijn. Bovendien beginnen deze cursussen vaak te laat en is eens in de week trainen niet genoeg voor uw pup om aan de knallen te wennen. Het geluidsniveau kan zo ook niet geleidelijk genoeg worden opgevoerd.

Op hondenscholen wordt in de pupjes vaak wel gedemonstreerd hoe u met het wennen aan geluiden om kunt gaan. Meestal gebruikt men dan eenmalig de cd of ander materiaal dat knalletjes produceert. Als dit maar voorzichtig en met voldoende toezicht gebeurt, kan dit weinig kwaad, maar vervolgens moet u er thuis zelf mee aan de slag om uw pup verder te laten wennen. Ziet u schrikreacties bij de pup, vraag dan advies aan uw instructeur of laat u helpen door een gedragstherapeut of privé-instructeur.

Nooit straffen voor angst
Welke trainingsmethode u ook gebruikt: straf het dier nooit voor een angstige reactie! Daarmee maakt u de situatie voor het dier alleen nog maar enger en zal hij nog banger worden. Misschien durft hij het niet meer duidelijk te uiten omdat hij bang is voor nog meer straf, maar van binnen voelt hij de angst nog net zo erg! Als het dier angst vertoont tijdens het trainen dan is dit een teken dat u de training te moeilijk hebt gemaakt. Ga dan een aantal niveaus terug en bouw de training opnieuw op, dit keer met kleinere stapjes.

De basisvoorwaarde: ken uw dier!
Voor u kunt beginnen met trainen om angst weg te nemen of te voorkomen is het ontzettend belangrijk dat u uw dier goed kent. U moet uw dier kunnen lezen, weten hoe stress-signalen eruit zien en hoe lichaamstaal werkt. U heeft ook basiskennis nodig over hoe uw dier leert. Als u niet goed kunt beoordelen of uw dier angstig begint te worden of wanneer u niet weet wat voor effect een bepaalde ervaring op zijn leerproces zal hebben, kunt u de training niet in goede banen leiden. Zorg dus dat u goed geïnformeerd aan een training begint: goede boeken, een hondenschool, de gedragstherapeut en vooral heel veel naar uw dier kijken kunnen hierbij helpen.

Vuurwerkangst en medicatie
Bij vuurwerkangst bij hond en kat kan medicatie worden ingezet op verschillende manieren: als snelle ‘oplossing’ tijdens de periode van vuurwerk zelf, of als angstverminderend middel tijdens een therapie om de angst weg te trainen. Er zijn diverse middelen mogelijk:

  • Een vroeger veel gebruikt middel is een medicijn dat acepromazine bevat. Dit zijn tabletjes met een kalmerende werking die zowel bij hond als kat werden gebruikt. Deze stof maakt het dier echter juist gevoeliger voor geluid. Het effect is dan dat het dier weliswaar rustig lijkt omdat het teveel onder invloed van het middel is om nog weg te kunnen rennen of te trillen, maar de angst is niet weg en kan zelfs groter zijn dan zonder het middel. Bij een volgende keer kan het dier door deze ervaring zelfs nog banger zijn geworden voor het vuurwerk. Dit middel is daarom niet aan te raden.
  • Een beter alternatief zijn middelen met diazepam of alprazolam. Dit zijn kalmerende middelen die angst onderdrukken en het dier minder gevoelig maken voor geluid. Ze onderdrukken tevens het leren, waardoor het dier dat bij een angstige ervaring een van deze medicijnen krijgt toegediend, deze ervaring minder goed zal onthouden. Bij honden kunt u alprazolam toedienen een half uur tot een uur voor het vuurwerk losbarst. Bij gebruik van diazepam kunt u beginnen met de toediening twee tot drie uur voor het vuurwerk begint. Dit kan soms al ’s ochtends zijn. Overleg met uw dierenarts wanneer u de volgende dosis moet geven. Beide middelen zijn geschikt voor zowel katten als honden, hoewel het gebruik ervan bij katten niet veel voorkomt.

Randvoorwaarden
Er is een aantal randvoorwaarden aan het gebruik van deze medicijnen. Het dier mag bijvoorbeeld niks aan zijn nieren of lever mankeren, geen verhoogde oogboldruk hebben (glaucoom) en niet drachtig zijn of zogen. Bij dikke dieren, vooral katten, moet men extra voorzichtig zijn met de dosering. Katten zijn bovendien extra gevoelig voor het spierverslappende effect. Voor honden met angstagressie zijn deze middelen geen goede keuze, want als de angst verminderd wordt, bestaat de kans dat het dier meer agressie gaat vertonen. Laat uw dier altijd goed nakijken voor u een dergelijk middel gebruikt. Geef nooit een hogere dosering en maak de tijd tussen twee toedieningen nooit korter dan uw dierenarts heeft aangegeven, dit kan gevaarlijk zijn. Het is mogelijk dat uw dier in plaats van rustiger, juist extra opgewonden wordt na het geven van het medicijn. In dat geval moet de dosering verhoogd worden, maar doe dit altijd in overleg met uw dierenarts, nooit op eigen initiatief!

Medicatie als ondersteuning bij therapie
Als u met uw hond of kat gaat trainen om de vuurwerkangst te verminderen, kunt u medicatie gebruiken om de therapie te ondersteunen:

  • Reguliere medicatie
    Voor een hond kan de dierenarts in overleg met een hondengedragstherapeut een medicijn voorschrijven dat werkt als een angstremmer op lange termijn. Hier bestaan verschillende vormen van, een hiervoor veel gebruikte stof is clomipramine. Deze medicijnen moeten gedurende meerdere maanden gegeven worden. Het duurt ongeveer twee tot vier weken voor het niveau in het bloed hoog en constant genoeg is om effect te hebben, en er is eventueel een opbouwschema nodig. Deze medicatie kan helpen om de gedragstherapie te laten slagen, doordat het ervoor zorgt dat het dier minder angstig wordt maar nog steeds goed kan leren. Daardoor krijgt de training meer kans om aan te slaan.
  • Voedingspreparaten
    Er zijn hulpmiddelen beschikbaar die gebaseerd zijn op een voedingspreparaat. Middelen metL-tryptofaan (een aminozuur dat ook in voeding voorkomt) en B-vitamines kunnen de hond of kat rustiger maken. Ook is er een middel op de markt met L-theanine, een stof die in groene thee zit en die een rustgevend effect heeft. Als u dergelijke middelen geeft, overleg dit dan altijd eerst met uw dierenarts. Ze kunnen niet met alle medicijnen gecombineerd worden!

Feromonen
Er zijn hulpmiddelen die bepaalde feromonen afscheiden, geurstoffen met een kalmerende werking op de hond of kat. Deze bestaan als verdamper die u in het stopcontact steekt, als spray en als een geïmpregneerde halsband. Dit kan helpen om uw dier rustiger te maken. Er zijn verschillende versies voor hond en kat. Ze zijn te verkrijgen bij de dierenarts of dierenspeciaalzaak. Begin ongeveer twee weken van tevoren zodat het middel kan inwerken.

Alternatieve middelen
Er is een aantal middelen in de handel waarvan de werking niet wetenschappelijk is aangetoond maar waarvan sommige mensen toch een gunstig effect zien bij hun huisdier. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Homeopathie
    Er zijn diverse homeopathische middelen die ingezet kunnen worden bij vuurwerkangst. Welk middel voor uw dier geschikt is, kunt u het beste overleggen met een dierenarts die tevens homeopathisch werkt of met een dierhomeophaat.
  • Bach bloesem
    Bach bloesems zijn druppels waar een bepaalde werking op het gedrag aan wordt toegeschreven. Om te bepalen welk middel of welke combinatie voor uw dier geschikt is, kunt u bijvoorbeeld een bach bloesem therapeut of een natuurgeneeskundige voor dieren raadplegen.

Bach bloesems zijn druppels waar een bepaalde werking op het gedrag aan wordt toegeschreven. Om te bepalen welk middel of welke combinatie voor uw dier geschikt is, kunt u bijvoorbeeld een bach bloesem therapeut of een natuurgeneeskundige voor dieren raadplegen.

Gebruik het juiste middel
Gebruik voor uw huisdier nooit medicijnen die u zelf voorgeschreven heeft gekregen, ook al zit hier dezelfde werkzame stof in. De dosering van medicijnen is bij dieren vaak heel anders dan bij mensen, is per diersoort verschillend en luistert nauw. Bovendien kunnen er in medicijnen voor mensen hulpstoffen zijn verwerkt waar uw huisdier niet tegen kan. Ook kunnen sommige geneesmiddelen elkaar beïnvloeden. Gebruik dus alleen medicijnen die uw dierenarts heeft voorgeschreven nadat hij uw dier heeft onderzocht, gebruik ook nooit zomaar een restje van een vorig jaar zonder uw dier eerst te laten onderzoeken. Meld het gebruik van voedingspreparaten, feromonen of alternatieve middelen altijd aan uw dierenarts en de honden- of kattengedragstherapeut zodat zij hier rekening mee kunnen houden.

Neem contact op met De Berg